is toegevoegd aan uw favorieten.

Saamenspraaken over de Hebreeuwsche poëzy.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de HEBREEU WSCHE POEZY. n

zonder gedaante, gelyk de nacht; Zy worden in de donkerheids in het middelpunt der aarde, geformeerd , gelyk wy gisteren in dien fchoonen Pfalm zagen; Daar wachten zy op het licht, gelyk thands al het gefchapene, dat wy voor ons

hebben, op den dageraad wacht. Dan ilaac

hun geboorte-uur; God roept hen.

Alc. Die voordragt is zo zinnelyk.

Eut. Gelyk in het algemeen alle dichtftuk-» ken der Hebreè'rs; Zy kennen, by voorbeeld,' geen Chaos, waarin de Atomi, de ondeelbaare deeltjes, vóór dat onze wereld beftondt, danfen-^ de omzworven ; Dit is eene verfiering, welke wy den Grieken fchuldig zyn; maar zy kenner* eene donkere zee, waar over de roerende Wind Gods zweeft; en, my dunkt, dit beeld is des te fchooner, om dat het waar is. Zodanig was inderdaad de eerfte toeftand onzer aarde , gelykderzelver aanleg leert; Dus moest zy eeuwen lang onder water geftaan hebben, tot dat zy door her. wonder der fchepping op nieuw bewoonbaar wierdt. Dit beeld heeft natuur en grenzen; het ander monfter, de Chaos, heeft noch het een, noch het ander. Alc.