is toegevoegd aan uw favorieten.

Saamenspraaken over de Hebreeuwsche poëzy.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de HEBREEUWSCHE POEZY. 155

maakt geen ophef van dit geval, hy vertelt het niemand , verwondert zig als een eenvoudig Harder, hoe hy met Elohim , van aangezicht tot aangezicht, hadt kunnen ftryden, en zyn leven daar afbrengen. Maar het fchoonfte

gedeelte dezer gefchiedenis is derzelver inwendige betekenis of bedoeling ; Het moest den angftigen Stamvader getoond worden, hoe onnoodig het ware, dat hy voor Efau vluchtede, daar hy Jehovah door zyn gebed en arm overwonnen hadt. Zo legt de Propheet het uit, (*) en de zin des beelds blykt uit de plaats, den tyd, en den famenhang, des verbaals.

Alc Dus zal dan deze gebeurtenis aan den vreesachtigen Man het zelfde moeten leeren, wa» voormaals het gezicht van de hemel-ladder aan den vreesachtigen Jongeling onderrichtte?

Eut. Juist dat} Alleenlyk op eene wyze met het karakter van den Man overeenkomende} Hy moest thans zyn helden-naam afwringen , niet

af-

(«) Hof. XII. 4. f.

I 3