Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NOORWEGEN.

235

groote kosten gevangen. Deze visch krijgt volgens de verfchiilende grootte ook verfchillende naamen. De kleine van het eerfte jaar word mort genoemd, en inzonderheid in den herfst in ménigte gevangen. Voortijds gebruikte men dezelven enkel tot voeder voor het vee, doch nu heeft men begonnen, eerst de léver, die zeer vet is, daaruit te némen, om er traan van te maken, waarvan men jaarlijks veele tonnen bekomt. Het maken van deze traan is zeer gemaklijk. Zij bréken namelijk den visch den kop af., némen er de lévers met de vingers uit en werpen ze in tonnen, daar zij dan in blijven ftaan om te rotten. Eindelijk worden zij tot traan gekookt, en drie tonnen léver géven twee tonnen traan. In het tweede jaar word hij drotte mort genoemd. Van dezen word de léver, éven als van alle overige foortcn, tot traan gebruikt, doch de visch zelf word opgefnéden, in de lugt gedroogd, en des winters als andere gedroogde visch, gegéten, doch zelden buiten 'slands verzonden. In het derde jaar biet dezelve middel fey; in het vierdeen vijfde holufs-fey; in het zesde half fey ufs, en in het zévende jaar eindelijk fey ufs. De handel met deze visch is ongemeen groot, voornaamlijk in de geheele omliggende landftreek, gelijk ook met de naburige Zweedfche provinciën. Dezelve word flegts opgefnéden en gedroogd, houd zig ook meestendeels zeer goed, als het wecder gedurende den droogtijd maar niet te vogtig is, wijl hij dan zomtijds zwart en fchimmelagtig word.

De overige foorten van dorsch, voornaamlijk ds gewoone dorsch, gadus barbatus, en leng, gddui

Sluiten