Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24Ö DE ZONNEMAAG D',

CORA*

Ach vader! laat mij niet in wanhoop fterven! kunt gij mij in het oogenblik mijns doods uwen zegen ontzeggen? (Zij valt hem te voet.) Ik wil uwe knieën omvatten; mijn angst moet u beweegen ! ontferm u mijner! — zegen mij, mijn vader! — vergeef het mij, mijn broeder ! (Telasko en Zorai toonen zeer ontroerd te zijn.) Zie mij wringen als een worm — ik lijde onuitfpreekelijke fmarten — ontferm u mijner ! ach! ik kan niet meer.

telasko, zeer bewogen.

Mijn zoon! laaten wij haar den dood niet ondraaglijker maaken — 't is zo edel, eene ongelukkige te vergeeven — hef haar op, dat ik haar omarme. (Zorai heft Cora van den grond.)

telasko; hij drukt Cora aan zijn hart.

Sterf in vrede! — ik vergeef u alles!

cora, zeer zwak.

Broeder!

telasko.

Ook hij! ook hij! _ k0m, kom Zorai! geen haat! — vergeef die berouw toont! — noem haar zuster!

zorai. Cora omhelzende. Ongelukkige zuster!

cora, nog even zwak. Dank zij de Goden! de bitterheid des doods is voorbij,

alonzo.

Sluiten