Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jt DE PAPEGAAI,

hoord, dat wij door onze industrie (hij maakt eau beweging van kaarten te mengen) iets overgelegd heb. ben, e:i bezoekt nu het lieve Loodjen , dat altoos zijn liefde zoontjen was, om in zijne armen te ftcrvcn. Mais helasl hij koomt hier ook te laat: s» gewonnen, zo verteerd.

L O D e W IJ K.

Moed, moed, lieve Hendrik! Het geluk zal ons niet altijd den rug toekeeren. De guinies der Engel-

fche Dame, en de dukaaten onzer gasten gij

hebt, hoop ik, die beiden vreemden wel verzogt?

HENDRIK.

Dit fpreekt van zelfs: zij hebben het aangenoo-

men en zuilen koomen. Maar aan de guinies

der Engelfche Dame twijfel ik nog zeer. •

LOD e WIJK.

Helaas', ik ook; nu wie weet welk een fchat de volgende nagt in haaren fchoot verbergt.

HENDRIK.

Als wij hem maar geligt hadden.

LOD e w ij k. Intusfchen is het noodzaaklijk dat gij alle ca gangen mijnes vaders naauwkcurig nafpoort, en alle onheilen zo veel mooglijk afweert. Altans moet volftrekt niemand weeten, dat mijn vader een bedelaar is. Heb ik eerst die twee vreemden eens geplukt,

Sluiten