Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38 BROEDER MORITS,

MORITS.

AI weer het oude deuntjen !

EUFROSINE.

Ik moet het wel zo lang zingen, tot gij er eindelijk naar luiftert: Juultje! Netje! helpt mij dat wonderlijk fchepzel toch overtuigen! hij flaatglad af om de lieve kleine Maria in dienst te neemen : hij bedenkt zelfs niet eens dat ik, van jongs af aan, tot den dood van mijnen Heer broeder zaliger, mij nimmer zonder kamenier beholpen heb: geen muts kan ik alleen meer opzetten , geen veter rijgen! is het dan nog niet genoeg, dat wij zijne grillen, ten gevalle van onzen ftand , verbergen? hij zegt: het is flechts uitwendige vertooning; welaan! dit ware zo eens; is dan mijn gemak, het vergenoegen mijns ouderdoms, ook flechts uitwendige vertooning?

MORITS.

Zo moet ik het u dan nog eens herhaalen ? ik ben terug gekomen om u en mijne zusters een gerust, een zorgloos leven te verfchafFen : gij hebt voor het lieve brood moeten werken ; hier van zijt gij nu bevrijd; en wees daarmede te vreden: u in overvloed te zetten was nooit mijn oogmerk, en ik zelf verlang dit niet: gij hebt eene meid die u bedient; dat is genoeg : wilt gij er meer, en ben ik zwak genoeg uw verzoek intewilligen, zo ontrooft gij mij niet van het geld, 't welk noodeloos daar aan verfpild wordt; maar ontfteelt het aan ongelukkigen.

J U U L«

Sluiten