Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3 R O E D E R, Ci3

Antonie, in eene droevige houding. fk had bijkans onnoemelijke fchatten verzameld; de kostbaarheden, welke ik bezat, waren onfchatbaar; — ik verblijdde mij reeds in het vooruitzigt, van mijne Neeve* gelukkig te kunnen maaken, — dan, helaas! het fchip, in het welk dezelve waren gelaaden, met bijkans alle mijne ejjeSten, is vergaan, (zich veinzende te Jchreijen) mijne lieve kinderen! ik ben een verlooren man! — van onfchatbaar rijk ben ik eensklaps arm; die tijding, die rampzalige tijding, heb ik voor weinige oogenblikken ontvangen, 't is maar al te zeker.

Dormond, de jonge verfehrikt. Helaas! mijn waarde ongelukkige Oom! Dormond, zijne beenen kruisling over een leggende en een fnuifje noemende.

Zoo! zoo 3

Antonie.

Zie daar de zekerheid, dat ik uw Oom ben! — (hij haalt eenige brieven voor den dag) dit zijn nog brieven van uwe lieve Moeder! — en deeze heb ik van ulieden ontvangen, — ik zal mij in mijnen ouden dag moeten vernederen , en van 't weinige dat ik nog heb overgehouden, als een gering vergeeten burgertje leven.

Dormond de jonge, fchielijk opvliegende en hem omhelzende.

Mijn

Sluiten