Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'én hét STAATS BESTUUR, enz. 159

den landbouw, en dit was, dat men de huuren aanging voor twintig, vijf en twintig en dertig

jaaren de rijke pagters konden dan geduu-

rende de vier of vijf eerste jaaren van hunne huur alle hunne voordeelen befteeden in plantfoenen, in afzandingen , in aankoop van beesten, zij konden zelfs hier toe een gedeelte van hunne eigen goederen befteeden, en zij deeden dit gemeenlijk, om dat zij verzekert waren, dat zij geduurende vijftien of twintig jaaren hunne gedane uitgaven met winstzouden terug krijgen, — in een woord door de lange huur behartigden zij een pagthoeve met hét zelfde belang, als of hun dezelve toebehoorde. En de eigenaars zelve vonden hier bij een groot voordeel, om dat zij bij ijdere vernieuwing van huur hunne inkomsten aanmerkelijk vermeerderden.

Zie daar de redenen, welke in Egypten mede werkten met de vrijheid van uitvoer , en men begrijpt ligt, dat hier uit groote voordeelen vloeiden.

Te Troije werkten zedert eenen zeer langen tijd een groot getal misflagen te zamen om den landbouw te rug te doen gaan, de huuren waren daar voor negen jaaren , de wet liet geenen langeren tijd toe, en zo zij dezelve al toegelaten had zou er egter de landbouw weinig voordeel van genooten hebben. Wat

kon men van de pagters verwagten ? Zij wonnen over 't algemeen, ter naauwer nood een fo-

ber

Volkeren t bij welke de vrijheid van den graanhandel niet dart langzamerhand dezelfdevoordeelen kan te tveeg brenjen.

Sluiten