Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tweede Bedry f. 20

fhauw flaauw een glas goeden

wyn.

Frits.

Ja Moeder! terftond Moeder! terftond! — Ach

God! waar zullen wy het vandaan haaien! .

geen geld — in 't geheel niets.

Boer ï n. Zie vader, had gy gisteren den Ambachtsheer de landhuur niet gebragt!

Boer.

Ja zekerlyk, dan kon men nog helpen. Maar hoe nu raad fchaffen ? Ik heb, zo waar ik eerlyk ben, geen koperen penning in huis.

Frits.

Dan zal ik — ja ik zal bedelen! •— Fn wattneer men my niet geeft, dan zal ik fteelen. .

Lieve menfchen, past toch op haar, doet, watin uw vermogen is ! Schielyk beu ik weder by u.

(/ƒ)> loopt driftig de deur uit.)

TWEEDE TOONEEL. De vorig en , zónder Frits.

De B o e e.

Als hy by onzen Pastoor komt, die geeft hem zekerlyk iets.

WlLHELMINA.

Leeft dan de oude Heer Pastoor nog?

uJ-itlK,

Sluiten