Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

232 Montroze, of de Dank-raare.

gen , fchoon gy bewust waart , dat zy hem niet beminde , en uw dwang haar alléén tot zulk een rampzaligen ,ftap had doen befluiten. En nu verklaar ik li, in 't byzyn van myn eerwaardigen vriend, dat ik 'er nimmer toe befluiten , maar terflond myn voornemen volvoeren zal. (Tegen Lifimon,') Ik heb u beloofd,dat gy deezen dag uwen zoon zoudt omhelzen!

Lisimon. Ach, gy kunt uwe belofte niet fpoedig genoeg yoldoen!

Montroze. Eer ik daar aan voldoe, moet gy in myn verzoek bewilligen.

Lisimon. Ach, wat kunt gy my verzoeken, dat ik niet toe zal ftaan?

Montroze. Wel nu, zo worde uw zoon dan ook de myne , daar ik hem myne dochter fchenk !

Dumont. Hemel, wat hoor ik !

Julia.

Welk eene onverwagte flag ! myn vader...

Lisimon.

Hoe, vergeet gy in welk eene verwarring

■ ach, wat zal ik zeggen ?

Mevr.

Sluiten