Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36 EDUARD.

Matilda ftond daar aan de poort,

Verzonken in haar fmart. Zeg, riep haar Fellan huiehlend toet

Zaagt gy niet Eduard?

Ja, gistrenavond, fprak zy , hier

Die ridder wel verfcheen; Maar fpoorde fterk zyn zweetend ros,

Zo dat hy ras verdween.

Ligt is hy reeds in Edinburgh, Zo hy en 't paard het houdt. —

Uw page loog dan, die ïny zet; Hy flaapt thans in het woud.

6 God! riep ''Tilda.. fta ons by!....

Verraad! verraad !.. ó held! Wyl niemand, riep zy woedende uit,

U nu ter hulpe fnelt.

De ridder, door 't geroep ontwaakt,

Verfchrikt... en... hoort haar kreet; Vliegt op — fchiet toe — en trekt zyn zwaard Tot wederftand gereed.

Gy,

Sluiten