is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine dichterlyke handschriften. Eerste(-twintigste) schakeering.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE ZANG.

In uw magt ? ó, Reeds beloonde

Gy volkomen .' Myn verdriet . Is, zo veel ik durfde wenfchen, Reeds geleenigd, goede menfchenl Weigert my uw' byftand niet.

Treurig was myn lot: verloren Achtte ik my noch korts geleên:

Neen, noch is 'er menfchenwaarde.

God! vergeef dat my deze aarde 't Woest verblyf van duivlen fchecn.

't Is by u , ö deugdbeminnaars !

Waar ik zieleilvreê herwon, Waar ik my, hoe zeer beleedigd, Met de menschheid voel bevredigd,

Die ik byna haten kon.

Ik... Maar in dit oord der vrede,

Waar geen heerschzucht, om 't gebied, Tegen billykheid durft kampen , Bleeft gy vreemd met onze rampen. En Aristus kent ge 'er niet.

H 3

117

Al-