Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 30 )

ren-gevegt gehouden. Onder de menigte van wilde dieren bevond zich inzonderheid een Leeuw, die wegens zyne ongemeene grootte én fchoonheid, elks ogen tot zich trok; en by de ongelukkigen, die tegen deze dieren vegten moeiten, was een flaaf, Androclus geheten.

Toen de Leeuw dezen man van verre in het oog kreeg, ftond hy als in verwondering opgetogen, ging eindelyk vredig en zagtjes na hem toe, even als of hy hem kende; begon, gelyk de honden, te kwispellkarten; en dien ongeIu';kigen menfch, die reeds half dood was van fchrik, de handen en voeten te lekken Deze zo ongewone fïreeiing van zulken wilden dier gaf den man zo veel moeds, dat hy het wagen durfde den Leeuw aan te zien. Toen fchenen zy elkander te kennen, en zich over deze onverwagte ontmoeting ter wederzyde te verheugen. Het volk hief van verwondering een verbazend gefchreeuw aan; waar op de Keizer Androclus halen deed; en aan hem vraagde, of hy de reden ook will, waarom hy de eenigfte was, wien dit verlchrikkelyk dier fpaarde? Waarop Androclus het

vol-

Sluiten