Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 161 )

in deze twee dagen merkelyk meer overtuigd geworden, dat my in dezen tuin nog de allermooifte planten ontbreken, namelyk zulke lieve Kinderen als gylieden zyt. Welja! zei Lysje, met veel nadruk, dan hadden zy geene Mama, en zonder die zou; het zulke planten even weinig hier aanftaan als my, wanneer ik geene Mama had. Hierop railleerden wy een weinigje met den Heef Damon; en daar mede begonden de Kinderen het laatfte coupletje te zingen.

Schenk, ö! Vader van 't Heelal!

Onzen Gaftheer zegen! Geef zyne Akkers, Weid' en Dal

Zonnefchyn en regen! Laat hem in den Zomertyd

Met geneugte leven; Lentevreugd, Herfft vmgtbaarheid,

Winter ruft hem geven!

Met het einde van dit Versje waren wy beneden. De Hr Damon omhelsde myne Kinderen, die over zyne vriendelyke betuigingen van het genoegen, dat hy door hen geftnaakt had, ook zéér verblyd waren.

VUL Deel. L Hier

Sluiten