is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaaringen der korte stellingen van Herman Boerhaave.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5.1304. DER ZWANGERE VROUWEN; 977

lyfmoeder opgezet zynde, het flagaderlyk bloed dikwils met een volle flroom uitloopt.

Het menfchelyk ey zit met deszelfs geheele oppervlakte, natuurlyker wyze aan de holligheid van de lyfmoeder vast, en verhinderd aldus, dat'er iets uit de lyfmoeder-vaten kan uitgaan, en ten tyde der verlosfing, wanneer de vrugt voor den dag komt, byna niets, of alleenlyk maar weinig bloed uitgaat; offchoon het adervlies mooglyk hier en daar van de lyfmoeder losgeraakt, wanneer de vrugt liet licht ziet. edoch zo dra de hegting van de moederkoek met de lyfmoeder losgeraakt, komt het bloed in groote menigte voor den dag, en niet eerder, van te voren is reeds meer dan eens gezegd geweest, dat de vaten van de lyfmoeder in de zwangerheid geduurig toenemen, en zy daardoor zeerwyd zyn, wanneer de verlosfing naby is; en dus , zullen de opene monden der wyde vaten, wanneer de moederkoek zich van de lyfmoeder affeheid, het bloed dat zy inhouden , zeer vry kunnen uitftorten. wanneer dierhalve het bloed met een volle ftroom by zwangere vrouwen uitvloeit, gelooft men niet zonder reede, dat de moederkoek geheel, of ten minfte gedeeltelyk van de lyfmoeder afgefcheiden is. maar diergelyke bloedftorting is veel gevaariyker, om dat de lyfmoeder in zwangere vrouwen vol blyft, dewyl de ledige lyfmoeder, naar dat de moederkoek afgehaald is, zich toetrekt, en aldus de wydte der vaten verminderd, en dus ook de bloedftorting. edoch dewyl het bloed ook zonder dat de moederkoek zich affeheid , uit de fchamelheid der zwangere vrouwen kan uitgaan, daarom word in de voorftelling voorzigtiglyk gezegd , dat de vloed van het lyfmoederlyke bloed in zwangere vrouwen byna van de moederkoek afhangt: want 'er kunnen ook andere oorzaken zyn , hoe wel dezelve zeldzamer voorkomen, dus tekent Mauriceau aan (j); dat , zo de zwangcre lyfmoeder door uitwendig geweld openfplyt, zal 'er een

zwaa-

0) Traité des Malad.desFemrn.grofles Liv. I. Chap. XXI. Tom» ï. pag. 169. Vierde Deel. Hhhhhh