is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaaringen der korte stellingen van Herman Boerhaave.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

986 DE ZIEKTENS $. 1305.

over de ziektens der zwangere vrouwen hebben gefchreven, hebben waargenomen, dat het aan fommige vrouwen gemeenzaam is, dat zy eenig bloed kwyt worden in de eerfte maanden der zwangerheid, en wel op het zelfde tijdperk , als de maanden, wanneer zy niet zwanger waren, by haar gewoon waren te voorfchijn te komen, dit gebeurt by fommige tot de vierde maand der zwangerheid toe. Mauriceau had een vrouw gekend, welke wanneer zy zwanger was, tot de zesde maand toe op de gewone tijd de ftonden kreeg (h); maar nochtans in kleinder hoeveelheid ; en zy bragt op de behoorlyke tijd gezonde kinderen ter waereld; waar van noch vijf in't leven waren, noch hy wasvoor eenig kwaad bedugt, zo 'er maar weinig bloed , zonder pyn , en op een zeker tydperk vloeide, en de mond van de lijfmoeder van gelyken gefloten was: want als dan weet men, dat het bloed niet uit de holligheid van de lyfmoeder vloeit, maar uit de vaten van de fcheede, of de uitwendige oppervlakte van de hals der lyfmoeder. hier over hebben wy in 't vorige Hoofddeel gefproken , alwaar over de maandelyke vloed gehandeld wierd. dit heeft de zeer vermaarde Hofman zeer wel gewaarfchouwt (i): bet gebeurt zeer dikwils, dat vrouwen die bloedrijk zyn, de tweede en derde maand een bloedvloeijing krygen, zonder pyn enkramp- ■ trekkingen in de lendenen en buik , zonder verzwakking en voorafgaande rilling, offtyvigheid der uiterjle deelen. maar in dit geval vloeit het bloed niet uit de holligheid van de lyfmoeder , maar eerder uit de vaatjens van de fcheede der lyfmoeder met verligting.

Maar hoe wel wy zeker zyn door vaste waarnemingen , dat dusdanige weinig beduidende bloedftorting zonder gevaar gebeurt is, en het zeer waarfchynlyk is, dat als dan dat geene maar geledigt word, dat, wanneer de vaten van de groeijende lyfmoeder vervult zyn, en de vrugt gevoed is, overfchiet; heeftMau-

ri-

(Jt) Traité des Malad. des Femm» grofl*. Liv. L Chap. XX. pag. 155.

CO Medic» ration. & fyftem. Tom. IV» Part» 3. Cap. 9. p. 6*z+