Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 18 )

Maer, behalven zo veele Burgerlijke voorrechten , waercp wij, met en boven het eertijds bloeijeruïe Efefus, roemen mochten, deelden wij, 'met de Efefifche Kerkgemeente, in de uitgebreidfte Godsdienflige zegeningen.

Ket Goud van Ofir, het Zilver van Tarfis, het Purper van Tyrus, dePeerlen en Diamanten van den Ganges, verliezen waerde en gloed, bij dezen heiligen fchat, aie zijne bezitters in God 'kan rijk maken. —

God heeft den Kandelaer van het Euangelium, uit het Oosten, hervvaerds', naer het Westen, overgebracht; onze Voorvaderen zijn uit het Heidendom tot het Christendom bekeerd; — en, wanneer het ontfloken licht, in her. Pausdom, onder eene Koornmate gefield wierdt, heeft God, door zijne wonderdoende hand, ten tijde der gezegende Hervorming , den Kandelaer onder óns 1 herfleld, het Vaderland van Spaenfche tijrannij, de Kerk van fchandèlijice afgoderij gezuiverd. — En, diezelfde hand van God, die zijne Kerk in dit Land geplant heeft, heeft dezelve, in vorige ' dagen, tegen menigvuldige aenflagen, zo gehandhaefd, dat wij, uit hoofde van een groot aerital bloeijende Gemeentens, van zo veele hogere en lagere fcholen, van een reij godvruchtige Leeruren

Sluiten