Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over Ps. XXXIV. 4, 5.

S

overgebragt naar bun eeuwig huis; maar ook zeer veelen heeft God wederom opgericht en genadelyk tot gezondheid herfteld. Ik, die nu wederom in gezondheid voor uw aangezichte ftaa, behoor tot dit getal, daar de Heer my uit eene zwaare krankheid naar zyne groote ontfermingen heefc gered. Ja ik en myn huis zyn beweldaadigden des Heeren. Vefmoedelyk zyn 'eronder myne waarde Toehoorders ook fommigen, misfchien veelen, die Onlangs nog in een'gevaarlyken toeftand nederlagen, met banden van fmarte aan hunne legerftede gebonden,, die in hunnen angfi: en nood klaaglyk zuchteden en riepen : Heer, ontferm u onzer! en die nu wederom tot gezondheid zyn wedergekeerd. Wy, myne geliefden, fiaan dus gelyk aan die tien melaatfchen , daarin, dat wy ons in eenen flaatvan elende cn jammer hebben bevonden, daarin, datwy uit de benaaudheid hehben gefmeekt om godlyke omferminge ; en daarin, dat wy door 's Heeren goedheid nu zyngeneezen. O dat nu niemand onzer mogtege'yk zyn aan de negen ondankbaaren, die hunnen weg gingen en tot den Heere niet wederkeerden; maar dat wy nu en voortaan met dien éènen vreemdeling den Heere mogten eeregeeven endanken, en zoo welgevallen trekken van den Heere! Ikjheb in myn hart myzelven en de mynen, en allen, die nu onlangs of in vroegeren tyd krank geweest en gezond geworden zyn, hier toe in dezen avond op te wekken. Ten dien einde roep ik u allen toe : Maakt den Heer met my groot, en laat ons zynen naam t'famen verboogen. Ik beh den Heer gezocht. en Hy heeft mygeantwoord, en my uit alle myne vreezen gered.

Hetopfchrift van dit uitmuntend zangfluk onderricht ons niet alleen dat de man naar Gods hart het zelve hebbe opgebeld; (Een Pfalm Davids.') maar ook dat hy zulks hebbe gedaan ter gelegenheid van zyne verlosfinge uit eene van de neteligfte omftandigheeden , waarin hy zich immer bevonden hadde. Als by zyn gelaat veranderd badde voor 't aavgezicbte van Ahimelecb die bem wes, joeg, dat by doorging.— Waarvan de gefchiedenis verhaald wordt 1 Sam. XXI. 10- ij. waaruit wy leeren dat hy in 't ztker onderricht A 2 zynde

Sluiten