Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47* DE MESSIAS.

Dat g' liem verreezën gezien hebt? M. Simon, ik hield met de flinke

Hand, gij zaagt het, een fpruitende teen, bij welke zijn voet ftond!

Mijne rechte rustte in het ftof, waarin zijn voet ftond!

P. Hef, o Maria, uw oog op, zie naar den kruisfe, daar ftorf hij!

M. En hij's verrcezen, hij is van den dood, o Simon, verreezen!

P. Bij den leevenden God bezweer ik u: Heeft hem uw ooge,

Dit uw ooge, Maria, gezien, dat voor u mij ftaan ziet?

M. Of mijn ooge hem zag? O bij diens waarachtigheid, Kefas,

Welke oneindig is, heeft Jezus Christus verheerlijkt

Dit mijn ooge gezien! de ftem van den Zoone van Gode

Heeft mijn oor vernomen! en blijdfchap der heemlen bevond ik!

Spraakeloos bleef zij ftaan, ook Petrus. Eindelijk fprak hij,

Wend u wech, o gij te gelukkige, laat mij in ftilte

Mijne treurigheid weenen. O hadde een vreugdig gezigt mij,

Even als *t u misleidde, misleid, en mijn ziele bevreedigd!

Ach, ik geloof u niet! M. Geloof dan ook niet, dat gij hem

Op den mcire wandlend gezien! op Tabors gebergte

Van des Vaders heerlijkheid hem omfcheenen gezien hebt!

Zij verlieten elkander. Ach kon 'k haar gelooven! zo dacht hij Bij zich zeiven, terwijl zij van hem tot den grave terugging. O te gelukkige! Ja, zij gelooft het met al haar ziele. Ach wat is ze vol van vertrouwen, en blijdfchap! wat fpreidt al Rust en hoogheid over haar uit die vaste gewisheid! Graf en verderving ontroeren haar niet! Zij lacht zelfs den ftorm toe, Die in de nachtlijke diepte der doodsvallcïe daarheenruischt! Ach maar waarom geloof ik haar niet? Kan die niet ontwaaken, Die op den meire ging, en mij hield op de woedende baaren?

M

Sluiten