is toegevoegd aan uw favorieten.

Het rechtsgeding van Lodewyk den Zestienden, geweezenen koning der Franschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4fU VERDEEDtGING VAN LODEWYK XVI.

Eri de tweede zaak is, dat het drie dagen na zyne terugroeping, en ter oirzaake van zyne terugroeping zelve was, dat Choifeul Gouffier beflooten had, om andermaal het aanbod zyner dienften aan de Prinfen te vernieuwen, en om ontwerpen te fmeeden tegen den Nationalen Ambasfadeur , die in zyne plaats benoemd was geworden.

Het bewys daarvoor is in deeze andere Phrafe.

„ lk heb, drie dagen geleeden, myne brieu ven van terugroeping ontvangen; zy kondigen ., my aan, dat ik opgevolgd zal worden door jt den Heer Semonville: de oogmerken derhalA ven van deezen Nationalen Ambasfadeur zyn i» niec twyffelagtig, en uwe Koningiyke

Hooghceden zyn te zeer verlicht, om niet te « begrypen , welke de noodlottige gevolgen „ kunnen zyn van de onderhandeling , waarti mede hy belast is."

Het was dus Choifeul, die fchreef, die werkte, die, teruggeroepen door Lodewyk, zyne dienften de Prinfen aanbood; die alle kragten infpande, om, in weerwil zyner terugroeping, zyne plaats te behouden, — en het is Lodewyk, dien men befchuldigt?

Eindlyk i men heeft Lodewyk een briefje ^ zonder dagtekening, voorgefteld, dat men zegt gefchreeven te zyn met de hand van Monfieur, uit naam van zyn twee broeders, en het Welk men verzekerd, onder zyne papieren, gevonden te hebben.

Lodewyk heeft verklaard, dat hy de echtheid Van dit briefje noch erkennen noch betwisten kon.

Maar vooreerst; dit briefje is een daad van zyne broeders, en niet van hem.

Ten