Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEEL SPEL. 39

AOOÜS T.

In eene bezige ledigheid , mijn vader.' gelijk de meeaten onzer,die nog geene beftemming hebben.

HAGENS TEIN.

Wel ai dat gij naar beftemming en werkzaamheid verlangt; maar, mijn zoon! de boom moet krachten hebben vóór dat hij vruchten kan draagen. Ik had u misfchien ook,zo als veelen uws gelijken, reeds vóór esnigen tijd ergens tot een post konnen brengen. Maar ik haate het dat men den lande, door veel fmeeken, baardelooze knaapen opdringt, die naauwlijks verftands genoeg bezitten, om hunne eigene zaaken in evenwigt te houden, en die dan over 't leven en den dood, over de eer en 't vermogen, over het wel en het w'ee van een gantsch land moeten beflisfen; want 't gebeurt dikwerf, dat het op de ftem van één'eenigen aankoomt, of men den vorst eenen goeden of landbe. dervenden raad geeve.

AUGUST.

Niet om van een bijzonder geval te fpreeken: maar richten zich onze vermogens raar den ouderdom ? Zijn 'er niet jongelingen van twintig jaaren....

HAGENSTEIN.

Die dikwerf meer bekwaamheids, meer kennis hebben, dan ouden? Dat ontken ik niet: maar zelden heeft de mensen, in die jaaren , die vastigheid, die beftendigheid, welken eigenlijk den werkzamen rcensch uitmaaken. Ik zal geen mijner kinderen den lande C 4 over-

Sluiten