Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 HET WINTERKWARTIER IN AMERIKA,

hier naar eenen braaven man laaten brengen, bij wien gij zoo lang zult blijven, tot ik u afhaal.

WILHELMINA.

Hemel! wilt gij uwe Wilhelmina verftooten ?

FRANK.

Neen , mijne lieve! neen. Maar het is voor een tijdlang raadzaam, opdat gij met de fnoodheid der menfchen niet zoudt bekend worden. Hoor, mijn kind! het fmart mij , dat ik 't u moet zeggen: Daar zijn menfchen, die de beeldtenis der braafheid op het voorhoofd, en de blaakendfre menfchenliefde in den mond voeren, en echter met een lagchend gelaat hunnen broeder in 't verderf Horten. Daar zijn menfchen , die niet één' fchelling van hunnen overvloed tot troost voor eenen ongelukkigen geeven. Daar zijn anderen, die dan flechts lagchen, als zij een onfchuldig meisje, als gij zijt, eeuwig ongelukkig hebben gemaakt. Maar gij zult nooit zoodanigen kennen. Kom, mijn kind ! wij zullen befluiten; ik zal een' brief fchrijven , dien gij zult medeneemen, en gij kunt ondertusfchen u tot eene korte reize vaardig maaken.

DER-