Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MAGAZIJN VOOR BE CR.ITISCHE WIJSBEGEERTE. 543

Methode, waaróp de zedenleer moet worden onderwezen naar gelang van den onderfcheiden toeftand der

Leerlingen, helderende alles met voorbeelden op.

fWij hebben hierop geene aanmerking, dan alleen op den Zedenlijken Catechismus, dien y. H. zijne leerlingen wil inprenten. — Wij ziin dat van buiten leeren yan den Catechismus zoo moede, en hebben er de fchadehjke gevolgen te wel van gezien, dan dat dit rniodel ons eenigzins zou kunnen behagen. - Daar zijn_ geheel andere middelen , die den praöifchen Onderwijzer van zelve in handen komen, wanneer hij flechts een weinig moeite wil doen.) — ..

De Tweede Verhandeling in dit Derde Stuk beandwoordt die Vraag: — „ Is 'er grond, om te geloven, „ dat het menschdom, in het algemeen, van tijd tot " tijd beter zal worden." — v. H. heeft dezelve, als Redevoering , uitgefproken. in de Maatfchappij' Pelix Meritis, en, omdat dezelve in den geest der critifche wijsgeerte is gefteld, hier geplaatst. — Om die zelfde reden zullen wij, daar onze opgave van dit Werk reeds zoo zeer uitgedijdt is, van dezelve alleen zeggen, dafc v. H. dezelve toeftemmend beandwoordt; en met nog een bijvoegfel, ter nadere opheldering en ftaving zijner o-ezegden in dezelve,voornaamlijk die,waarbij hij kant als een voorftander van Vrijheid en Gelijkheid had voorgefteld, 't geen hem tot verfeheiden Staat- en Rechtskundige aanmerkingen, aanleiding geeft, vermeerderd heeft. Dat bijvoegfel, 't welk de vierde plaats in dezen bundel bekleedt, wordt van de Redevoering afgezonderd, door een Fragment eens Briefs, van c. a. willmans aan kant, betreklijk tot de critifche wijsgeerte. —

Zie daar de inhoud van dit Magazijn, welks voordzetting wij vuurig verlangen. — Ja, Lezer! gij kunt u verzekerd houden, dat gij hier niet ziet in eene duistere reden. v. H. verftaat de kunst, om u de critifche wijsgeerte , die zoo zeer uitgekreten wordt , voor duister en verward, klaar en duidelijk, en vooral ais belangrijk , voor fe dragen. Dit is zij voornaamlijk vau den zedenlijken kant; en weinig moeite behoeft het te kosten , om de overëenftemming van deze Zedenleer met die van het Euangelie in te zien, en in een klaar daglicht te ftcllen. —

Sluiten