Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OMTR. DEN OORS. ENZ. VAN HET kwaad in de wereld. gt

als eene enkel natuurlijke werking, iet goeds; het had even zoo wel, tot het uitdeden van eene aal in o es kunnengefchfeden; het kwaad, dat 'er in fteekt, beftaat enkel daarin, dat bet aangetastte goed eenen vreemden toebehoort. - Maar, voer hij voord:

8 ■) Ook dit kwaad houdt op een kwaad te wezen , naardien hetzelve ondergefchikt wordt aan de beste oogmerken, het naast aan bijzondere einden, die zich eindelijk oplosfen in het algemeene en laatfte oogmerk. Het werkt niets uit, dan hetgene met de beste inrichting der dingen zoo wel, als met dc volmaaktfte goedheid, beftaan kan. Wij weigeren immers aan eenen vader den naam met van goed, wanneer hij nodig oordeelt, om, bij de opvoeding zijner kinderen, ook fmartverwekkende middelen te Gebruiken. Deze geftrengheid is het eeniglte goed, waar voor zulk een onderwerp vatbaar is; liefkozenjen, ja eene zachte behandeling alleen zou hier ontijdig ja wreedaardig wezen. .

o} Zulk eene ondcrgefchiktheid van de deelen der wereld aan eikanderen brengt , daarenboven, nog eene fchoonheid en voortreflijkheid in de reeks der dingen, die zij, buiten dezelve, niet zou bezitten. Door deze menigvuldigheid van aanëenfchakeling der duigen, die zich door de geheele oneindigheid van ruimte en tijd verlpreidt, wordt het Geheel-al, met dat kwaad tevens, hetwelk zich in deszelfs deelen bevindt, het volmaaktfte werk en de heerliikfte fpiegel van de hoogfte wijsheid, die, öflchoorj zij ook in haar werk, juist wegens deszelfs onainicctlijkheid, voor eenen eindigen geest eeuwig onuitputbaar zijn zal, nogthands den naarvoiichcnd.cn geest, door al hetgene hij, op iedere fchrede en trapswijze , daarvan ontdekt, en nog meer door hetgene zij hem in de ceuwig' heid laat vermoeden, met eerbied cn verbazing vervult. Want, dit kunnen wij'ct

icO bijvoegen, het werk van Gods wijsheid is onemdig in uitgeltrektheld, in de menigte van deszells deelen, gefchikt naar ruimte en tijd, in de menigvuldigheid deioogmerken, middelen en betrekkingen tot elkander, in, de vruchtbaarheid der middelen en van derzelver gepastheid tot hunne oogmerken, van het aigemeene middel at tot op het allerbijzonderfte. . .

De menschlijke fchranderheid en zijne lcherpzinmge waarnemingskracht heeft zelfs airede, onder de algemeene wetten en hoedanigheden der dingen , zulken ontaekt, Kk 5 waar-

Sluiten