Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS VAN DE ZIJNS EN MOESTENZIJNS. AANMERKING

S' W»rÖP Wij hem' in bleven ^ Z t

moeten. Het menschdom verdeelde zich vlr ■• intwee hoofdlborten; tot de SS^yJagS^ als z,j zt]n, en tot de andere de menfchen Si

Starstar De-eerften zijn de SdffiffSc

onheil en kwaad, waarover m de wereld ^eklaasd word*.

%*5ffi$E%*'& fchhoane 611 ^oSS:

foorten £v ^ echtfr no§ verfchillende kleinere

men ch' , /•'/°/ minder' het cha™kter van den Smit meSi; /;dt r * S*** kome»' Men

doel vaThn-ï Sa3rne §0£d Zl n wilden* dl"e het

«eanawoorclen , offchoon zy nog ver van het Mrt*\ der zedenlyke volmaaktheid Verwijderd zih . 'Er "iri nog anderen, die, hoewel goedhartig en zonder voffli , gen zucht tot het kwaad, doch nooit de moeke en i fpannmg, welke de deugd verëischt, op^Xnemen." die nooit hunne driften betomen, nadien de ftriS IV* gen dezelven zwaar cn moeilijk valt 7\\ ■>„ J J 1 Zijn, wanneer het hen niet Z 1 trefLTst wof den -^ Zoo vindt men ook menfchen , die van hit goede, dat zy doen willen, veel fpreken, ZtS voornemen te beoefenen, maar hunne voornemen ?o! ten uitvoer brengen. Anderen, van eenen ede er aard zeggen niet veel, maar doen' wat de "ori4flech4 voornemen ; doch het getal dezer goede ï c n t flechts klein en charakterloosheid zoowel als ona?

"denker fiS^^)**^*A2g" neiü in denken fpreken en handelen, wordt hoe lan£s

fpreekt Z1Chtbaar" Men handdt «KÏSï ïïS

va?mdeu°dd ^iT'fe^ 2i£ meJn °P de voorbeelden van aeugd , die ni vroegere ti den zich vertoonden Verhevene, charakters zljn'er geweest; menVZdz zelven naa en worde goed en groot, gehjk die waren

wat wn'onze pogingen ftó-jprdrsa

Wat WIJ met™ — «denlijk goede menfchen.

Dit

Sluiten