Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÖVER BE REINIGING DER ZIELEN, NA DEN DOOD. $1?

den. God zal, van dien oogenblik af, alles in allen zijn. i Kor. XV: 28. Maar ik geloof ook, dat de rechtvaardigen alsdan geene verdere reiniging meer zullen behoeven, noch zij, die ten genen Dage in het graf, noch zij, die in het leven aangetroffen zullen worden. Het algemeene bederf, hetwelke in hetlaattte, volgends de uit. druklijke uitfpraak der heilige Schrift, alom heerfchendzal zijn, en het Duizendjarige Rijk — hetwelke, als men niet alles uit de Schrift wil wegredeneeren, wat met het éénmaal vastgeftelde Schoolfysthema, of wel met onzen fmaak uiet overëenftemr, voor geen' ijdelen droom te houden is — gebieden ons te geloven, dat in dien tijd niemand een verëerer van jesus zijn zal, die niet een bij uitnemendheid goed Christen is, en die zich niet met allen ernst zijner heiligmaking bevlijtigt. De groote veranderingen die 'er gebeuren zullen, tevens met de fcheiding, welke, volgends matt h. XIII: 39—41, door de Engelen, tusfchen het onkruid en de tarwe, van de eerfte tot de laatlte bazuin (*), te werk gefield zal worden — in verband met de plotslijke verandering der ligchamen, welken daarop, naar 1 Kor. XV: 51, 52, volgen zal; dit alles laat geen* twijfel overig, dat het werk der heiligmaking, ten genen Dage, bij allen die in Christus gevonden worden, voleindigd zal zijn. Zou god, die te voren bepaald heeft, waar en hoe lang wij op deze wereld wonen zouden, ook niet die zielen, in het plan der wereldregering, tot den laatden tijd kunnen bewaard hebben, van welken Hij voorzag, dat zij ten tijde van jesus Toekomst, het werk der heiligmaking volkomen ten einde zouden gebragt hebben ? —• Wordt niet meermalen het tijdperk der heiligmaking, waarin dezelve ten langlte volvoerd zal worden, uitdruklijfe bepaald tot op den Dag van jesusciirisths? Fi/ipp. L' 6; i ThesJal.V: 23; 2petr. III: 14. —- En eindlijk; is niet, naar paulus uitfpraak, 1 Kor. XV: 26, de laat/Ie vijand, die overwonnen zal worden, de dood? Deze zal derhalve niet eerder in den ftrijd ie onder worden gebragt, voor dat ook alle de overige vijanden van j e s u s tot een voetbank zijner voeten gelegd zullen zijn. Onder deze

vij-

(*) De uitdrukking van laatjle bazuin, welke paulus, J Kor XV: 52, bezigt, geeft ons recht, om aan meerder bazainen te denken.

*k 3

Sluiten