Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f(l8 OVER DE REINIGING DER ZIELEN, NA DEN DOOD.-

Vijanden behoort wel voornaamlijk de zonde. Men heeft dus, vóór eene gantschlijke overwinning derzelve , ui de zielen van alle de genen, die Jlem toebehoren, aan de Qpdanding der dooden , noch aan het Jongde Gericht

niet 'e denken. Ik zwijge, dat jesus alsdan het

Koningrijk g o d R en den vader, zal overgeven, i Kor. %V: 24; hetwelke, indien het niet vóór .dien tijd geleideden zai, niet eerder kan gefchieuen, dan wanneer het Welbehagen des hek ren, jf. s. LM:/10, door zijne, hand gantschlijk zal volb.ragt zijn , Wanneer Hij, als. Middelaar, Heiland, en Verlosfer van de zonden, niets peer te verrichten zal hebben, wanneer alles voleindigd zal wezen, wat Hem, door zijne Middelaars Heerfcnappij, en door zijnen geest, te doen dond (.*).« ' ,, Maar hoe komt het, dat de Schrift van eene reiniging der zielen na den dood, nergens met uitdruklijke

woorden gewag maakt ?" Ik andwoorde : Waaröm

p.ntmoet men daarvan, inzonderheid in de eerde Boeken der heilige Schrift, zoo weinig, dat onze hf.ii and, zelf, naar matth. XXII: 20—32, in zijn gelprek met de 'Sa'dduceeuwen, om hen van hunne dwaling te overtuigen, zich enkel bedient van een middellijk bewijs, en wei van zulk een , dat, in den eerlten opflag, ver gezocht zou

gunnen fchijnen? Is de Schrift, in het gemeen,, in

betgene zij meldt van den toedand der zielen, in den tus-, lcheutijd tusfchen den dood en de opdanding, niet zeer

kort

(*) Misfchien is, met betrekking tot dit alles, hierop ook ^Që té pasfen, hetgene wij lezen in mal. III: 2, 3. IVie zal den dag zijner toekomst verdragen l En wie zal beftaan, als Hij ver fchijnt? IVant Hij zal zijn als ket vuur eenes goud'fmits, en als zeep der vollers. En Hij zal zitten, louterende , en het zilver reinigende^ Dat de Propheten de tijden der eerfte en tweede Toekomst dikwijls in één verband voordellen, \$ wel niet te ontkenneu. Een grondig en volledig onderzoek , van hetgene de Schrift ons leert, aangaande de Jweede. Toekomst van jesus, en den geheelen omvang der Gebcurenisfen, welken daarmede in verband ftaan, toegelic.hr dpór eene even zoo diepe als gezonde Wijsgeerte, zou, gelijk in het algemeen, zoo ook hijzonder in dit ftuk, veel opklaren, indien wij dat hadden. Hess, in zijn Verfuch,

Bfeiche Gpttes, 11 Deel, laatfte Afdeeling, heeft intusfehen fe'eijU'veeU dat tot opheldering dient, en hier te ftade kas

Sluiten