Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

520 over de reiniging der zielen , na den dood.

in de toepasfing, dat hij fpreekt van het deelgenootschap in het duizendjarige Rijk, terwijl ik fpreek van het groote voorrecht dat hun gebeurt, die aanftonds, door den dood, in het volkotr.ene bezit der hemclfche Gelukzaligheden overgaan, „ Ter-liefde van dit uitnemende geluk , „ wil ik, met gods hulp, menige voor geoorloofd ge-

houuene neiging, door geheime infpanning des Christ„ lijken zedenlijken zins, onderdrukken; ter liefde van „ hetzelve, wil ik alles vergeten dat agter mij is; in al

het goede, hetwelke ik gedaan mogt hebben, fteeds ,, voordvaren; mij beijveren om altijd overvloedig te zijn; ,, nimmer ftiiitaan, nimmer acht geven op de moedbene,, mende (tem der traagheid, noch op den verfehrikkenden „ toon des bijtenden fpots; nooit vrezen voorden ziel„ grievenden blik des argwaans, als of ik uit hoogmoed ,, handelde; en dan met de daad en in oprechtheid, die ,, armzalige krukken der deugd met verachting wegwer-

pen; mij bevlijtigen, om in de eenzaamheid, en op ,, mijn leger, zoo rein te zijn, als voor het fcherpziend „ oog des bijtenden lasters, en fchelen nijds; al het goe,, de doen , en al het kwaad lijden, dat het geloof en de „ gehoorzaamheid, en een aan christus gelijkende „ zin, _mij-gebieden te doen en te lijden, zoodat chris„ tus in mij leeve , ik zijnen dood gelijkvormig worde — ,, en dit alles, of ik ook het werk der heiligmaking hier „ volëindigen mogt. Och t dat ik het reeds gegrepen

hadde, of airede volmaakt ware!" Lezer! geef mij uwe hand, en ijl met mij, uit alle magt , met de levendiglte infpanning van alle krachten die god u verleent — met een gevestigd onafgewend Oog — naa het voorgeftelde doel. Acht op geene ftormen van rampfpoeden , verdrukkingen , of aanvechtingen, welken u op dezen weg ontmoeten. Hoe meer god u verootmoedigt, des te liever zij het u — des te hartlij, ker moet gij Hem dankefl. Lijd gaarn. Zie flechts toe, dat zijne Genade aan u niet te vergeefs zij — en maak u alles, wat u wedervaart, en wat tot uwe verbetering dienen kan , op de beste wijze ten nutte. Wij winnen niets, door de geringde nalatigheid; wij verliezen oneindig veel, wanneer wij niet getrouw zijn aan onze Christlijke roeping — wanneer wij onze reiniging niet met allen ernst ter harte nemen. Hetgene wij hier ons niet willen laten welgevallen, dat moeten wij ons daar onvernujdlijk laten

wei-

Sluiten