is toegevoegd aan uw favorieten.

Almanach voor het verstand en hart. voor het jaar MDCCXCIX

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 5S )

Gister avond bedekten donkere nevelen den gezichteinder, terwijl zij de wegzinkende zon met eet* bloedrooden glans, verdubbeld terug kaatften , de ftormwind woede reeds hoog in de bovenlucht, waar hij de zweevende dampen verhinderde zich tot wol. ken te vereenigen, maar dien hij. als kleene krullende golfjens, langs het gewelf als voordzweeftle. Alle voonekens verkondigden eenen verfchrik!ijken noodftorm, en voor de middernacht loeide hij reeds afgrijslijk; de bruifehende zee floeg hemelhooge golven op het ftrand, en eene zwarte duisternis bedekte alle voorwerpen. Ik hoorde eenige noodfehooten. n~ lant en ik riepen al onze vrienden, wij vloogen naar het ftrand, een fchip moest in gevaar zijn, dat was ontwijfelbaar zeker, maar wat menschlijke magc konde het redden? De IMfe.n, die elk oogenblik de geheele lucht in vuur zette, deedt ons ook waarlijk een ellendig wrak, nabij het ftrand, tusfehen de klippen, ontdekken. Duidelijk hoorden wij (ondanks hec brullen van ftorm en baaren) verfcheiden jammerende meiifchenuemmen; deeze oogenblikken waren ontzettend, waren vermoordend voor mij. Wat kon ik doen? Ongelukkigen worstelden met den dood, zoo nnbij mï], ea toch kon ik de ellendelingen, niet. helpen ;

^ 3'. maat