Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C H )

$5, ons van hen te fcheiden; en eindelijk e&: vooral, om dat men 'er de Gemeente nog niet toe za! kunnen brengen, zonder welke het werk evenwel niet uit te voeren is. Ik meen dan, dat men daarmede eene andere gelegenheid behoord af te wachten, op hoop, dat onze Bondgencoten, en onze eigene Gemeente, beter tot de zaak gezind zijnde, dezelve Eendrachtelijk bij der hand genomen, en met Gods hulpe te beter uitgevoerd moge ;worden."

Men kan, uit deze geheele en welingerichte ïedevoeringe van den Heere hooft, geenszins afleiden, dat hij eenig misnoegen of afkeer, tegen zijne Doorluchtigheid, willem jen erjien had. Hij vraagde enkel naar het Voordeel dat het Graaflijk bewind, ons Land. zou aanbrengen; en men had hem geheel geen voldoende reden daar op kunnen geeven. Hij moest derhalven uit overtuiging van zijn geweeten, en tot welzijn der Burgerij, in dit geval, de redenen melden, welke hij tegen deze aanftelfing had. Hij wist uk het gedrag van flips den tweeden, en de Gefchiedenisïp van zijnen tijd, te wel, hoe aangenaam het ^.egeeren den Vorsten fmaakt. Hoe dikmaals

hij:

Sluiten