Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234 het regt op en de verpligting

wil beftaan kan ; doch zoo bevelen met dien wil ftry. dig worden gegeeven , dan wil zy dat men Gode meer gehoorzaame dan den menfchen. En in het Godsdienftige neemt zy allen verfchil van rang en ftand ten eenemaal weg; verbiedt ons Meesters genoemd te worden om dat één onze Meester is namelyk jesus christus; verbiedt ons iemand onzen Vader te noemen op aarde om dat één onze Vader is namelyk die in de Hemelen is, en wy allen broeders zyn van eikanderen.

Elk heeft dan ook volgens het Euangelie van christus regt om voor hem zei ven in zaaken van Godsdienst te oordeelen, niemand is hier in boven hem verheven , en hy behoeft zich aan niemand te onderwerpen.

Als een gevolg hier van is dit, dat wy ook ons geloof aan dat van anderen niet onderwerpen mogen. Want uit deeze gelykheid der menfchen aan eikanderen vloeit voort, dat niemand aan dén Allerhoogften voor eenen ander zal kunnen, maar elk voor hem zeiven zal moeten rekenfchap geeven. Het zal niets baaten onderfcheidingen te maaken , die God niet gemaakt heeft, en die hy in den dag des oordeels niet zal laaien gelden ; of voor anderen te willen laaten opkoomen , het geen hy niet van anderen, maar van elks eigen hand zal eifchen. Wy mogen ons dan aan geene menfchelyke inzettingen onderwerpen , even zeer als wy verpligt zyn anderen hunne vryheid te laaten behouden, zyn wy verpligt van onze eigene vryheid

ge-

Sluiten