Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOT EIGEN OORDEEL IN DEN GODSDIENST. 513

gaaven der Maatfchappy met des te meer evenredigheid te doen draagen, zonder eenig uitzicht om aan denkwyze of verkiezingen het minfte bedwang toete-

brengen? En hoe volkoomen zeker is het van

den anderen kant, dat alles wat van dien aart is, in den Godsdienst alleen werken zal op de lichtvaardi-

gen en onbezonnenen ? Al waare het ook dat

hier ooit iets goeds uit voortkwaame (gelyk een anders doodlyke fteek by toeval redding in eene borstkwaal kan te weeg brengen) volgens den aart der zaak kan 'er nimmer iets anders dan verderf uit voort-

fpruiten. De liefhebbende menfchen - vriend

kan voor veel verleiding by de onftandvastigen hartelyk fchroomen. Doch hoe veel ander kwaad is in

de wereld 't geen niet te fluiten is. Wie ook

zal hier de maat bepaalen kunnen? 't Geen u van weinig aanbelang in het bezwaar toefchynt, zal het

niet by eenen ander hard genoemd worden, en

omgekeerd? Zy die de voorige bedenkingen

wegens den Godsdienst in 't gemeen en den Christelyken in 't byzonder hebben nagedacht, en ze nogmaals herleezen, zullen, naar wy vertrouwen, ook in dezen het waarlyk onvoldoende en onregelmaatige bemerken, en het edelmoedige, het redelyke erkennen van hun, die allen byftand des uiterlyken dwangs te laag keuren, om 'er hunne goede zaak mede te bezoedelen ; en die nedrig genoeg zyn om eenige voorbaarigheid of misflag in hunne eigen redeneering te vermoeden, byaldien kundige en eerlyke lieden hen

T11 niet

Sluiten