Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEGINSEL VAN WERKING IN DEN MENSCH. 10

is het gevolglyk niet te verwonderen, dat het Beginfel der Eigenliefde altoos onder den invloed onzer Rede zynde, wyzigingen,-en leidingen aanneemt, welke daar uit in den eerften opflag naauwelyks oorfprongelyk, of ook daar meede oppervlakkig niet vereenigbaar fchynert. Doch laaten wy niet vooruit fnellen, genoeg gezegd hebbende, om ons ge. bruik des woords te billyken.

Het wordt van allen erkent, dat de Mensch een uit ligchaam en ziel zaamengefteld wezen is. Niet oneigenlyk daarom heeft Hem cicero, ,, een voor„ uitziend , fchrander, veelvuldig, of verfchillend „ geaart, feherpzinnig, geheugend, eh door Rede, „ e.n beleid uitmuntend Dier genoemd, of omfchree„ ven." (12).

By uitftek moeilyk, ja, om beter te zeggen, onmogelyk is het voor ons, die vreemdelingen zyn in ons binnenfte, de grenzen aan te wyzen van elk der beide Beginfelen deezer onze gemengde Natuurè: want, fchoon het ligt in het oog valt, dat wy ten deele Redelyk en Zelfswerkende, ten deelé onredelyk, en

Be-

(12) Cicero de Legibus Lib. I. Cap. 7. „ Animal providum, fagax,. „ multiplex, acutum, memor, plenum rationis, & confilii, quem vocamus „ Hominem." '! > ^k.iaa «.ïiq fp""" lïufci** 10 -

C 2

Sluiten