Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MOZES. 519

De wetgeever van Israël oordeelde dat de kinders niet zulk een volftrekt eigendom des vaders waren , of zy waren te gelyk leden van het Gemeenebest, by welker behoudenis het groot belang had (1). 't Is

waar ,

( 1) Eene zeer groote en beroemde Natie bezeft tegenwoordig dit be: lang nog niet- ,, De Chineefen (zegt de pauw, wysgeertgs^Öefpiege1 lingen over de Egyptenaaren en Chineefen , D. I. Bladz. 92.) ,, zyn ten ui.„ terile verre af van de grens - paaien van 't vaderlyk gezag gevonden te „ hebben; ik geloof zelfs niet, dat zy dezelve oo.it gezogt hebben ; want, „ behalven het regt van verkoopen , hebben hunne wetgeevers den va„ der het regt van leven en dood toegeftaan , om het kinderdooden , ,., 't welk in dit land op verfchillende wyzen gepleegd wordt, te wetti„ gen. De vroedvrouwen verflikken de kinderen in een bekken met heet „ water, en laaten zig voor deeze executie betaalen ; of men werpt de~

zeiven in de'ïievier , na hun eene ledige Pompoen op den rug gebon„ den te hebben , zo dat 'zy nog lang omdobberen , eer zy den geest 3, geeven. Het gefchrei dezer wigten zou overal de menfchelyke Natuur. „ doen yzen , maar daar is men gewend het zelve te hooren , en men „ yst 'er niet van. De derde manier, om zig van zyne kinderen te ont„ doen , is , dezelven op de ftraaten te leggen , alwaar alle morgens , en „ byzonderlyk te Peking , karren doorryden, waarop men deeze kinders , ,, geduurende den nagt nedergelegd , by malkander laadt ,. waar na men „ dezelven in een' kuil werpt , die men niet met aarde bedekt, op hoop „ dat de Mahometaanen 'er eenigen zullen uithaalen; maar voor dat deeze ,, karren , die dezelven naar de krengevaalt moeten brengen , aankoo-

men , gebeurt het dikwyls dat de bonden , en inzonderheid de varkens „ die de ftraaten in de Chinecfche fleden vervullen , deze kinderen le„ vendig opvreeten. Ik heb geen voorbeeld van eene dergelyke wreed„ heid , zelfs niet onder de. menfchen -eeters in Amerika gevonden. De „ Jefuïten verzekeren , dat zy , in een beloop van drie jaar , negendui„ zend zevenhonderd en twee kindei en , dus voor den mesthoop veror-

dend , geteld hebben 5\ maar zy hebben, die nog niet mede geteld , die „ onder de voeten der paarden of muilczelen verplet zyn , nog die , „ welken men iu de graften. verdronken hadt, nog. die, welken door de

„ hon-

Sluiten