Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UÏTNEEMENDHEID.

beid «iet was in eenen anderen. (b~) Voort had hy hun dien Jefus verkondigd als dei Christus, die van Godt van voor de grond leggingc der Waereld was voor gekend ge woest, en vervolgens, naar de Verwacb tings - leer der Propheeten , in de Waereh gezonden, en met den H. Geesten met kragi gezalfd, en als Propheet, als die groote Propheet, in wiens mond Hy zyne woorden leggen zou, die Leere des heils te verkon digen, die de Menfchen zou kunnen wys maaken tot Zaligheid door het geloof in Hem; om als Priester, ten goede der Zondaaren, tot Godt te naderen, niet met het bloed vanftieren en bokken, 't welk de zonden niet konde wechneemen, noch heiligen de geenen die daar toe gingen, maar met zyne eige Ziele, om die te geeven tot een fchuldöfer, en daar door de overtreedinge te fluiten, de zonden te ver zeegelen, en de ongerechtig' beid te verzoenen, en een eeuwige gerechtigheid aan te brengen; voorts om van den Ouden van dagen te ontvangen, de heerfchappy, de eere en het Koningryk, en dat uit te breiden van zee tot zee, en van de riviere lot aan de einden der aarde, op dat niet flegts alle volken, natiën en tongen Hem eeren mogten, maar op dat ook die zelfde Volken, die dus lange waren beflooten geweest onder de magt der duisternisfc, en uit gefiooten van de verbonden der belofte, mede deelen mogten in de voordeden van zyn Koninglyk Ryks - beftuur, als waar onder de Rechtvaerdige, en de veelheid van vreede zou bloeijen tot dat de Maan niet meer was. Hier zal zeekerlyk bygekoomen zyn een aandrang, om Hem daar voor te erkennen, en in den geloove aan te neemen: Dat, wenschten zy, dat die Jefus hen vol- : koomelyk zalig maakte, zy dan ook door . Hem tot Godt moesten gaan; dat, wilden zy / zich Hem als den Christus, te nutte maaken, < als Propheet, Priester en Koning, zy dan t ook zyne Leere aanneemen, op zyne Of- : ferbande het Verbond met Godt maaken, i en met eene wil- en daad-vaerdige gehoor- i zaamheid des gelnofs zich aan Hem onder- t WeIpeu moesten- (bb) Maar in 't byzonder \ had hy denzelven willen weeten en pre- c diken, als gekruifigd: Dus dan niet, als zo 2 eenen mgebeelden Christus, als de Jooden de." tyds verwacht'en, die als een andere g David zyne Vyanden oveiwinnen, en als f, een tweede Salomo zynen Onderdaanen h aardfehen vreede en vn >rrpoel bezorgen w zou; maar als eenenLydemen Christus, zo 1

UÏTNEEMENDHEID. 523

s als hy wezen moest, zou Hy de beloofde l Christus der Propheeten zyn, zou hy Jefus

■ de Zaligmaaker der Menfchen zyn. 't Was

■ hem met te doen geweest om Menfchen te • behaagen, maar om Menfchen voor-Godt

in Christus te gewinnen; hy moest verkondigen het getuigenis fe Godts, en dat moest niet gefchoeid worden naar de Zinnelykheid van Menfchen. En daarom, zonder zich te ftooren aan het ergerlyke dat de Jooden, en het dwaaze dat de Grieken daar in vinden mogten, had hy, zonder eenige bewimpeling, verkondigd, datdiezohoogsteerwaerdige Perfoon een'fchandelyken flaavendood was geftorven. Ter zyner verontfchuldiginge zal hy zeekerlyk hebben verkondigd , met welk eene wreede onrechtvaerdigheid de Jooden, dien onberispelyk heiligen en jegens allen goeddaadigen Jefusvervolgd, mishandeld en veroordeeld hebben, en met welk een ongeftuim moordgefchreeuw zy den Romeinfchen Stadhouder gedwongen hebben, om Hem tot den fmertelyken, fmaadelyken en vervloekten Kruisdood te verwyzen—. Maar vooral zal hy hebben aangetoond, met welk eene gewilligheid Hy dat alles heeft willen ondergaan ter liefde van Zondaaren, en ook heeft moeten ondergaan, op dat Hy, als de waare Jefus en Zaligmaaker, door zynen dood den Geweldhebber des doods, den Duivel, te niete doen, en door zyne Kruiftging een vloek voor Zondaars geworden zynde, hen van den vloek der Wet verlosfen mngt; Op dat Hy als de Christus, als Propheet zyne Leervatx. zynen dood bevestigen, en door ;yne Lydzaamheid onder dat Lyden zynen Leerlingen een Voorbeeld der navolginge lalaaten mogt; als Priester der Menfchen tonden in zyn ligchaam draagen mogt op bet hut, en daar op zich zeiven enftrafdyk opffcren door den eeuwigen Geest, om eene euwige verlosfinge aan te brengen; om ook, ls de van Godt verordineerde Koning, hor bet draagen van het Kruis, cn het ver'gtenvan de daar aan verknogte fchande, 'e Hem voorgeftelde vreugde, deelagtig te /orden, en te gaan zitten ter rechterhand 'es throons Godts. En verder, hoe Hy door yne Kruiftging het onderfcheid tusfehen 'ooden en Heidenen, 't welk dus lange ftand egreepen had, te niete gedaan, en die vee met Godt. en met m-alkandercn verzoend ad, en dat het dus aan zyne Kruiftging •as dank te weeten, dat thans door'zyn u angel ie Vreede wierd verkondigd, zo wel Vvva den

Sluiten