Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•G 27 >

ïiij lageht den zuig'H.ng, in zijn wiegje, of aan de borst

Der Moeder, toe; en torst, Hoe oud ook, van den morgen Tot 'savonds toe, met zijnen Zoon, de zorgen

Des huisgezins; — Hij leert hem, hoe 'c gewigt

Des Levens, minder zwaar, op zijne fchoud'ren, ligt; En hoe hij, met het minlte zweet.

Het daaglijksch brood des arbeids eet. —

En vreest gij zulk een hulp? — O! komt, en ziet! De Dood is uwe vijand niet! —

Daar ftaat hij! — Millioenen jaaren

Des onderdoms verzilv'ren hem de haarrn.

De Tijd is in zijn hand! en, leunende op zijn' ftaf, Rust de eene voet op de aarde, en de andere op het graf!

Sluiten