Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ao DE LENTE,

Vertroosting huppelt op de zagt gebloemde graven;

Hoe plegtig zweeft de tijd langs deeze heuvlen heen! De dartle weelde ontroert, hier fiddren goudzugts flaaven;—l Hoop zweeft op lofgebeen.

Ginds rolt mijn fterfuur aan; vloeit tedre maatgezangen,

Eer mijn verftijfde hand geen zwakke fnaar meer roert. t> God ! laat mij den toon der eeuwge vreugd vervangen, In Edens beemd gevoerd.

Eens zie 't oniterflijk oog den fchoonften daagraad bloozefl,

Wen 't eeuwig flonkrend licht den nacht des doods verfmoort, Wen de eeuwge heilzon, op onwelkbre Lenteroozen, In reine paerlen gloort.

Toen lieve Lente blijde op Sions bergen fpeelde,

Zag zij, hoe liefde aan 't kruis 't getergde recht verwon, Daar 't windjen 't doodfche zweet van 't bloedig voorhooft ftreelde ; Toen de uitgedoofde zon

Sluiten