Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 R E I Z E

tigften opzichter de geregeldheid, en vooral de zindelijkheid, welke voor de gezondheid zoo noodzaaklijk is, 'er te doen heerfchen.

De neger, die geen voorzorg altoos gebruikt, beoordeelt de waarde van eene zaak, van welke zoort die ook zij, niet dan naar haar tegenwoordig nut; hij heeft geen denkbeeld van 't nut, 't welk hij 'er in 't vervolg van zou kunnen trekken; het tcgengeftelde van den man des dichters, Regnier.

Litfteller, die fteeds 't oog op het toekomend houdt.

De neger zal het glas, waar uit hij zoo even gedronken heeft, vergruizen, gelijk wij na 't eeten van den dop de fchaal van 't ei verbreeken. De tijd heeft voor hem geen toekomende, het voorledene en het tegenwoordige zijn alleen maar bij hem bekend. Hoe gevoelig hij ook voor zekere ontbeeringen zijn moge, is hij, gelijk ik reeds gezegd hebbe, onbekwaam om eenigzins daar in te voorzien. Hij denkt des even zoo min om zijne hut, die op 't inftortcn ftaat, te hcrftellcn, ais zijn broeder de aap denkt om het vuur aanteboeten, bij 't welk hij zich met zoo veel vermaak warmt; en zoodanig is ten naastenbij overal het karakter van den natuurlijken mensch door de ilaavernij tot volkomenheid gebragt.

Daar geen bewooner der kolonie andere begrippen omtrent de negers heeft, hoe kom: liet

Sluiten