Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 20 )

kéren Heer Molkeboer kunnen opfpcG* ren, die, toen onder de regeering van den laatften Bisfchop de vasten zouden afgefchaft worden, zich de zaak der ftokvisfchen en haa* ringen aantrok, en derzelver uitfluitend recht, om de maag van vroome Katholyken in den vas» ten-tyd te vullen, trachtte te verdedigen.

Een menschlievende aanfchouwer behoeft hier het landvolk flegts te zien, om van medelyden doordrongen te worden; zo zeer is hetzelve van alle befchaaving en veredeling verwyderd ; zo duidelyk kan men domheid, bygeloof, verwron. gen en wanftaltige menschbeid, op ieders aangezicht leezen. Hunne taal zoude men byna voor geen duitfche taal erkennen ; zo verre wykt dezelve af niet alleen van hetgeen wy fchryven, maar ook van eiken anderen tongval in Duitsch. land, die flegts eenige befchaafdheid heeft.

De Godsdienftige denkbeelden van deeze arme menfchen — zo men hun domme en volftrekt werktuiglyke vroomheid dien naam mag

geeven ■ zyn zo duifter en bygeloovig, dat

men 'er zich over moet bedroeven. De mis te bezoeken, waarin zy woorden hooren mompelen en zingen, die zy niet verftaan; hunnen roozenkrans werktuiglyk te bidden, waarby zy niets denken; en vervolgens eene bedevaart •: • naar

Sluiten