Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2° J ü N Y x?96. m

Woerden , en de Jurisdiftic van dien , dan wel ?j zoude behoren geëxcendeerc te worden tot goedeM ren elders gelegen , mitsgaders tot alle Actiën, „ Crediten en Geregtigheden, hoe genaamd, aan de „ perfonen of boedels, welken zoodanig Exugeld „ moeten betalen, toebehoorende of concerneerende, „ gdyk by het voorfz. Advis van Mr. Gaspar Fagel 5, is beweerd, terwyl het aan de Ondergeteekenden is 5, voorgekomen, dat zoo dit laatlte een Objecl van f, gefchil mogte opleevercn, zulks uit zynen aart en „ natuur wellicht een juilicieel onderzoek zoude kon„ nen vereisfehen.

„ Doch dat tot het jegenswoordig Adres alleeniyk „ aanleiding heeft gegeven de fuftenu van den Re„ questrant en zyne Mede - Geï'ntcreslèerdens , dar „ dezelven ongehouden zyn tot de voldoening van het „ voorfz. recht van Exu in het generaal, en dat het „ Provinciaal Beduur zulks op zoodanige wyze als „ by de Requeste, en hier vooren is gemeld zoude w behooren te verklaren.

„ De Ondergeteekenden wyders hebbende gecon„ fidereerd, dat in het onderzoek der merites van dit j, verzoek in aanmerking komt:

„ Foor eerst, of het recht van Exu zoude moeten „ verftaan worden naar den letter, immers volgens „ de intentie van de Publicatien in dat is den $.Fe„ bruary, en den 5. Maart 1795, door de provifio„ neele Reprefentanten vau 'het Folk van Holland „ geëmaneerd, waar op de Requestrant zich fun„ deerd, afgefchaft en vernietigd te zyn.

„ Dan, of in tegendeel uit de Publicatie van den „ 8. February 1796, welke de Municipaliteit vau „ Woerden by haar bericht reclameerd, zoude kon» nen afgeleid wor den, dat de gemelde Stad,immers . „ voor als noch , van het voorfz. recht van Exu „ behoord te jouisfeeren ?

„ By aldien men zoude mogen oordcelen dat de . „ gemelde Publicatien aan de eene cn andere zyde , „ gereclameerd wordende op het recht van Exu van . „ geene applicatie zyn , of de uitoefening van het „ zelve zoude kunnen gepermitteerd worden, behou- '. „ deus de thans aangenomen principes van Vryheid \ „ en Gelykheid, mitsgaders de opentlyk erkende en . „ geproclameerde rechten yan den Mensch en den «, Burger, dan wel daar en tegen moet begrepen , „ worden daar mede ftrydig te zyn?

„ Zoo zullen de Ondergeteekenden de vryheid ' „ nemen van tot deze twee onderfcheidenc pointen , „ Uwlieder aandagt te bepalen.

„ Belangende het eerde voorgedelde point zyn de ' „ Ondergeteekenden aan de eene zyde van gevoelen, , „ dat het recht van Exu, noch naar den letter, noch , „ volgens de intentie van de Decreeten of Publicatien , „ in datis den 5. February, cn den 5. Maart 1795, , „ hier voren gemeld, kunnen begrepen worden af-: „ gefchaft, en vernietigd te zyn. j

„ Immers wat aangaat de eerst gemelde Publicatie, \, „ het loopt aanftonds in het oog, dat dezelve ten.,. „ dezen in geene confideratie kan komen; vermits],! „ daar by alleeniyk is gedecreteerd , dat niemand , „ onder welk voorwendzel ook, eenige vrydom zoude , „ genieten yan''s Lands , Stads, of Dorpslasten, of , Impofitien, Tollen, Pond- of Poortgelden, en wai ,: j, dies meer zy, maar dat in tegendeel omtrent dat „ alles eene gelykheid tusfchen alle Ingezetenen , „ zonder eenige dc minde uitzondering zoude moeten ,. „ plaats hebben. I

„ En met opzichte tot de laatstgedagtc Publicatie „ van den 5. Maart 1795; vermeenen de Onderse„ teekenden, dat althans de letter van deze Wet op „ het geval voor handen niet zal konnen toegepast „ worden, wanneer men confidereerd, dat daar by „ alleeniyk zyn opgeheven, en vernietigd alle Grctve„ lyhieids Tollen, en plaatzelyke Privilegiën op de „ lasfage yan Perfonen, Schepen en Goederen ge„ field, of van dezelven eenig plaatzelyk recht vor„ derende, waar onder nominatum het Stapelrecht ,, zoo te Dordrecht , als daar het wyders plaats „ mochte hebben gecomprehendeerd word; doch het „ behoefd geen betoog, dat men het recht van Exu „ nimmer kan rangfehikken onder de daar by opge„ gevene ofgebuteerde plaatzelyke Privilegiën, die „ de pasfage of doortocht van Perfoonen, ^Schepen, » en Aderen van de eene plaats naar de andere ,, belasten, of belemmeren.

„ Met even weinig grond kan men naar ons inzien „ uit het oogmerk van de Wetgevers, by deze Pu„ blicatic gemanifesteerd, eene affchaffinge van het „ recht van Exu afleiden: Immers bedoelen zy geen„ zins de vernietiging van zulke plaatfelyke rechten, „ die ten gevolge hebben, dat Perfoonen, of Boe„ dels, van cene Stad, of Plaats alwaar zy t'huis behooren, of gevestigd waren, naar eene andere „ overgaande, gelubjedeerd worden aan zekere lasten, „ (waar onder men het evengemclde recht van Exu „ moet rangfehikken,) maar om de Commercie en „ Navigatie van deze Republiek, en, by zonder ook „ van deze Provincie door alle mogelyke middelen te „ bevorderen, en ten dien einde' aan de Neer in f, „ Koophandel, Traficquen en Fabricquen, zoo over , Zee, als langs de Rivieren, Binnenwateren, en „ Wegen, eenen gantsch vry en , enonbelemmerden , loop te confer veer en, of dadelyk te bezorgen, ver, klaren de provifioneele Reprefentanten daar by , met zoo veele woorden niet te hebben kunnen , nalaten hunnen aandagt te vestigen op de groote , hindernis , welke aan de Scheepsvaart, en ver, voering van Koopwaar en wordt toegebragt, zoo , door zekere zoogenaamde Tolrechten, als byzondere , Verftapelings, en andere plaatzelyke Privilegiën: ,, Op zoodanige plaatzelyke Privilegiën is dan ook , van applicatie die paslage, welke door den Reques, trant buiten haar eigentlyk verband en t'zamenhang , word voorgedraagen , dat namelyk dezelven af, komfig zyn uit de barbaarfche cn tyrannicque' , tyden der Gravelyke Regeeringen, maar tot noch , toe hebben voortgeduurt, niettegenftaande onze , roemrugte Voorouderen de Gravelyke overheer, fching hebben afgefchud, en welken thans na de , geheele vernietiging van het Gravclyk gezag voor , onverdragelyk moeten gehouden worden. „ En daar uit vermeenen wy verder te mogen beduiten, dat, wanneer de welgemelde provifioneele , Reprefentanten by het flot van hunne Publicatie betuigen bereid te zyn, om, indien noch eenige andere zoogenaamde Privilegiën , en O&royen, , aan perzonen, of plaatfen in deze Provincie ten , laste van anderen van ouds quafi verleend en geheeven, tot hunne kennis mochten worden gebragt, welken in deze Wet niet mochten genoemd, of , begrepen zyn, ook dezelven in nadere deliberatie , te nemen, en daar omtrent te befluiten zoo als zoude bevonden werden te behooren, zy eigentlyk 1 het oog hebben gehadt op zulke Privilegiën en lih _ Oc-

Sluiten