Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Po 24 MAART 1796*.

Prefident der Nationale Vergadering, met verzoek den commandeerenden Officier te gelasten zich daarnaar te reguleeren, en verdere verklaring, dat deze Vergadering te zeer overtuigd is van haare verpligting, om alles toetebrengen tot de volkomene veiligheid van die Vergadering, door welke de Oppermacht des geheelen Volks van Nederland verbeeld word , dan dat zy niet noodzakelyk oordeeld dat de commandeeren'de Officier in 's Hage, dadelyk van het geen van hem word gevorderd kennis geeve aan den Prefident der Nationale Vergadering, om zelfs de mogelykheid voortekomen, dat 'er eenige tegen elkander inlopende fchikkingen werden beraamd.

Waar op , gedelibereerd zynde , is goedgevonden en verftaan , de twee voorgeflagene poinéten te amplecleeren, en dezelve te decretceren by deeze.

En is de Prefident verzogt en gequalificeerd om van déze fchikkingen' beflu'it, aan den Prefident der Nationale Vergadering kennis te geven, ten fine ais by het tweede poinét is vermeld.

Zullende extract dezes, benevens Copie van hét gemelde Voorftel aan den benoemden Secretaris, voor hét Provinciaal Committé worden ter hand gefield, óm hetzelve in dc ecrlle Sesfie van het gemelde Committé ter tafel te brengen , als mede gelyk extract en Copie aan den Prefident dezer Vergadering tot informatie worden gegeven.

De Burger van der Hoop , heeft, uit naam der Leden, benoemd, tot het Provinciaal Committé, thans in den Haag prefent, de navolgende Voordragt gedaan, tot het verleenen eener authorifatie", óp het ProVinéi'aaf Committé in afwezigheid dezer Vergadering ter afdoening van zommlge voorkomende zaken, alle welke geen uitftel kunnen lyden.

Sluiten