Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Versteofte DARMBREUK, enz 469

De Zaadvaten loopen aan den agterkant van dezen koker, in eene flaauwe verdubbeling van denzelven ingewikkeld: zo dat, by het van den voorkant, openfhyden van dezen koker , de Zaadvaten binnen deszelfs holte fchynen te hangen , terwyl zy 'er alleen uitpuilen.

Na eenig tydverloop fluit zich deze koker, weynig boven den Bal, vast om de Zaadvaten, cn de koker wordt hier door in twee holtens afgedeeld. De onderfte verkrygt de gedaante van een rond, dog flaphangend blaasje, hetwelk den Bal omringt en bevat. De bovenfte langwerpige holte omvangt de Zaadvaten , en behoud nog gemeenfehap met de buikholte.

Het bovengedeelte van den koker wordt, zo lang het nog open is , en ook naderhand , wanneer het om de Zaadvaten toegroeit en dezelve omkleedt , Schederok der Zaadvaten £ tunica yaginalis vaforum fpermaticorum ) geheeten.

v- Het benedenfte gedeelte , dat niet op eene zelfde wyze toegroeit om den Bal, hecht zich aan de Zaadvaten , even boven den Bal en Bybal Qepididymis') , en blyft voor het oveiige , even gelyk in den Buik , vervolgd in het opp'ervlakkig vlies des Bals, 't welk gemeenlyk den witten rok Qtunica albuginta} genaamd wordt. Deeze overgang is gelyk aan die van G g 5 * het

Sluiten