Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L E V E N S W IJ Z E N. 221

ïn de huislijke famenwoning in te voeren. Volken in dezen -ftand ziet men zich zelden of nooit onver* fchillig, maar ftreng ten opzichte van de huwJijks-rrouw bewijzen, alfchoon zij ook misfchien de kuiscbheid in ongetrouwde perfoonen nog gering achten.

Bij de Otaheiters, die nog geen hoogen trap in dezen fland bereikt hebben, en wier nationaal karakter anders de kuischhetd geheel niet is, wezen de vrouwen de belagers van haare eere fleeds of met het antwoord, dat zij reeds getrouwd waren} en geloofden zich daarmede genoegzaam te kunnen verfchoonen.

Zelfs wordt de mensch in dezen levens-ftand tegen zijne vijiinden, wanneer zij in zijne magt komen, ztchter, en hij verfchoont hun leven, gedeeltelijk, omdat hoe menigvuldiger het genot des menfchen waarde, in zijn eigen gevoel, verhoogd heeft; hoe meer hem ook gedeeltelijk de middelen bekend, zijn, om het leven van anderen onder zijne fchade te onderhouden, ja zelfs tot zijn voordeel, nadien hij da kunst weet, om door hunnes arbeid , zich zeiven zoo wel als hun, bellaar, te bezorgen.

Da

Sluiten