Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. f. zöllner en j. 6. lange, natuur- en zedek. enz. 31

Natuur- cn Zedekundige Befchomving der Aarde en van haare Bcwoondercn. Gevolgd naar het Hoogduiisch, van ]. f. zöllner en j. s. lange. Zevende Deel. ■ Te Campen, bij J. A. de Chalmot, en te Amfteldam, bij M. de Bruijn, 1792» ln 8r- Svo' 333 bladzijden. De prijs is f '2 - 4 - :

Op de befchouwing van den Mensch , met opzigt tot zijnen uitwendigen toeftand, met naame zijne Zintuigen , waar van wij, in een voorgaand berigt, verflag gedaan hebben, laten onze Schrijvers volgen eene ontvouwing van die vermogens, welke hem inzonderheid kenmerken als een Wezen, verre verheven boven alle de andere levende bewooners der Aarde, en hem bekwaam maken tot die edele werkzaamheden , die den luister en de eere zijns aanbiddelijken Makers verkondigen , cn hem zelveu vatbaar doen worden voor de verhevenfte genietingen. In vier Hoofd[tukken , zijnde het achttiende, negentiende, twintigfte en een-en tvvintiglte des Werks, welke dit Deel uitmaken , handelen onze Schrijvers over het Geheugen — de Verbccldlngskragt

het Ver/land — en de Be/lemming der Menfchen tot

Gezelligheid. In verfcheide Afdeelingen of Paragraven , is ieder der twee eerfte Hoofdftukken gefmaldeeld. Wij zullen ze opnoemen, om den Lezer te doen blijken, wat hij, over de genoemde Onderwerpen, hier kan aantreffen. In het Hoofdftnk over 't Geheugen, ontmoet men ,, algemeene bedenkingen wegens , het Geheugen, en over de zitplaats van hetzelve; ^ vvetten van het Geheugen; regelen ter verbetering en verfierking van bet Geheugen: kan een „ goed geheugen met een groot verftand gepaard ,, gaan ?" Het Hoofdfi.uk over de Verbeeldingskracht behelst de volgende negen Afdeelingen: „ Eigtnfchappen en werkingen der verbeeldingskracht ; wetten 5, der verbeeldingskracht; het vernuft; de luim; het ,, dichterlijk vermogen; de geestdrift (Ënthu(iasmus) en dweeperij; nuttigheid der Verbeeldingskracht; ,, ingebeeld genoegen en misnoegen; droomen ; voor,, gevoel , koorts-ijlingen, zwaarmoedigheid en krank,, zinnigheid."

De zulken, welke in deeze onderwerpen eenigzins bedreven zijn, weten, hoe wijd en breed de befpie-

Sluiten