Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

236

HET HEILIGDOM VAN ROZALIA.

kerzijde door eene verlenging van de halle befloten wordt. Zij is, met fteene plagten beleid, die een weinig afhangen , opdit het regenwater kan wegloopcn. Eene kleine bron vindt men, omtrent in het midden.

Het bol zelf is tot het Choor van deze kerk vervormd, zonder dat men aan het zelve iets van zijne natuurlijk ruwe gedaante ontnomen heeft. Men gaat eenige trappen op. Aanftonds vindt men den grooten fpreekftoel, met het koorboek voor zich, en aan beide zijden de koorftoelen. Alles wordt verlicht door het daglicht,dat uit den hof of het Schip nedervalt. Diep naar achter, in het duister van het hol vindt men het hoog altaar in het midden.

Men heeft, gelijk ik reeds gezegd hebbe, in het hol niets veranderd. Doch dewijl 'er heeds water van dc rots druipt, was het nodig de plaats droog tc houden. Men heeft dit met looden goten uitgewerkt , die men langs den kant der rots gehangen, en met elkander verbonden beeft. Daar zij van boven breed zijn en van onder fpits toelopen , en met eene vuilgroene verw beftreken zijn, hééft het de vertooning, als of het hof met groote indiaanfche vijgen begroeid ware. Het water wordt ten deele zijdwaards , ten deele achter in eenen klaren vijver geleid, waaruit de pelgrims het fcheppen, en tegen allerlei ongemak gebruiken.

Terwijl ik dit alles naauwkeurig bekeek, kwam een geestlijke bij mij en vroeg mij: of ik ook een Genuees ware, cn eenige misfen wilde laten lezen Ik antwoordde: dat ik met een Genuees naar Palermo gekomen ware , die morgen, wanneer het feestdag was, herwaards komen wilde; dat een van ons beiden t'huis moest blijven , en dat ik daarom heden , om alles te bezien, herwaard gekomen was. Hij zeide, dat ik alle vrijheid bad, om alles wel op te nemen, en mijne devotie te verrichten. In het bijzonder wees hij mij op eenen altaar, aan de linkehand, als op een zeergroot heiligdom, en hij verliet mij.

Ik zag door de openingen van een groot koperen loofwerk lampen onder den altaar fchemcren. Ik ging kort daarbij op de knien liggen , en keek door die openingen. Daar was aan den binnenkant , nog een tralijwerk van fijngevlochte koperdraat, zoo dat

men

Sluiten