Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

F A t E L E N E N V E R T E L S É t S. ■ 237

ttl-bekwaamen verbeelden, met verachting op anderen nederzien, en eene monopolie van de geleerdheid maaken, gelijk hij ook vreeslijk opzetlijke ondeugden hekelt'; tot de eerfte zoort behoo'réri b. v. de Fabelen: De Kat en de Spiegel, (waar wij nogthands het befluit te ftellig en te algemeen vinden voorgefteld) de Tkijm en de Klimop, de Aap en de Toverlantaarn; tot de tweede: De jonge Hen en de oude Vos en anderen. — Hoe öre'etig wij ook alle deze opgenoemde Hukken ten behoeve van onze vrienden en ons zelvcn, herhaalde reizen ottlloegen , zoo ongaarne erïrtiierden wij ons tevens, eenige' bewijzen van misnoegen eh ontevredenheid over > het menschdom, in dézen bundel gevonden te hebben, in de Fabelen: De Os, het Paard en de Ezel, de Hond en de Kat, de Grijsaart en de Jongeling, de oude Boom en de Hovenier, de twee Katten, de Goudvink en de Raaf, de witte Olijfant, Mijfon; waaromtrent het 'er bij ons echter zoo verre van af is , de oorzaaken daarVan in eene verkeerde gefteldheid des harte of dwaaze Verbeelding van den Franfchen Wijsgeer te zoeken, dat wij veeleer geloven, die aan de boosheid van zommige menfchen toe te moeten fchrijven; het welk ons evenwel geenszins af moet fchrikken, met menfchen om te gaan , daar toch het genoegen der. zamenleving altoos zal kunnen opweegen, tegen de fnoodheid van zulke ellendigen, welken het zomtijds gelukt, ons vertrouwen te winnen, en het naderhand te •befchaamen.

Indien men deze verzameling, als poélie, befchouwt,dan achten wij dezelve eene gewichtige bijdrage te wezen tot de dichtkunde in het algemeen, en het vak der Fabelen in het -bijzonder, waarmede hij ramler vermeerderen kon, die de Einleitung in die fchönen Wisfenfehaften aan onze landgenoten geven wilde, waarbij de waarde van zulke bekroonde Prijsverhandelingen-merkelijk zou verminderen, die fchandelijk uit dat boek zijn afgefchreven. De Nederduitfche vertaaling van dezen bundel, welke de Burgers barbaz en witzen geijsbeek ondernomen hebben, is een wezenlijk gefchenk aan Nederland , het welk behoort geprezen en gekogt te worden — zo wij iets op hunnen arbeid aan te merken hadden, zou het de vrijheid wezen welke zij zich veröorloft hebben , in her gebruik van zulke -tiitheemfche woorden, die in onze taal zeer verltaanbaar uitgedrukt konden worden, zoo vinden wij b. v. logeren 0 op*

Sluiten