is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van het begin, den voortgang en den tegenwoordigen staat van den koophandel en de bezittingen der generaale Nederlandsche geoctroijeerde Oost-Indische Compagnie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ooft - Indifche Compagnie. I?5 hoogten opgeworpen en in ftaat om 't gefchut op te planten, dus men na ryp overleg belloot: deeze batteryen te vernielen eer dien met gefchut voorzien waren, 't geen dan ook met weinig teegen ftand aan den kant der Javaanen wierd uitgevoert,na dat men al voorens deezen had toegeroepen: dat zy met geen verder werken moeften voortgaan, of dat zy anders hen noodzaaken zouden , daar teegens geweld te gebruiken; ook had men tot hunne waarfchouwing, voor onzen uitval het witte vreede vaan dat van 't Kafteel waayde, ingenoomen en daar voor een roode bloedvlag in de plaats gefteld, die egter toen 't omverwerpen der batteryen en 't in brand fteeken der palliffaden verricht was, weer voorde witte vlag verwilfelt wierd.

By de te rugkomft van de onzen in 't Kafteel, fchreev men aanftonds een briev aan den Bantamfche Temangorig die te Jakatra het gebied voerde, om zig te verantwoorden weegens den gedaanen uitval, alzoo de nood hun daar toe gedwongen had, om niet weer een beleegering van de Engelfchen 't ondergaan; die zeekerlyk deeze batteryen door de Javaanen hadden doen opwerpen, om daar op teegens onze Vefting, hun gefchut als te vooren te planten; want zy niet konden gelooven dat de Pangerang bevel had gegeeven tot het weeder oprechten der batteryen, na dat hy d'onzen beloovt had, alle vriendfchap te zullen doen en zoohy de ftad Jakatra al had willen verfterken teegens de aanvallen van den Soefoehoenan Maatram, die zoo men zeide met zyn leeger herwaards op weg was,hy zulks dan aandelandzyde moefte doen, alzoo d'onzen genoegzaam in ftaat waren, uit hun Kafteel den zeekant dier ftad te beveiligen; biddende hem dierhalven dat hy toch

dee-