Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ga Aanmerkingen op het gene de Heer

*er geen God en geene Voorzienigheid ware> nogtans geene natuurlijke verpligting tot deugd zoude wezen? verre de meesten, zo niet alleen, ja zullen andwoorden

Ik vroeg, in de tweede plaats, hoe de Rede, uit het beftaan van God en onze betrekking tot hem, wete kunne, welke Gods wil, en dus onze zedenlijke wet zij? Volgends het ftelzel van den Doctor, heeft de Rede te letten op de voornaame oogmerken van God, in de fchepping en onderhouding dezer waereld. Alles, wat daar mede overeenkomt, zegt hij (f), is zedenlijk goed, en het tegendeel zedenlijk kwaad. Gedraag u overëenkomftig met die hoofdbedoelingen — dit is, derhalve, het groote beginzel der Zedenkunde, die algemeene wet, welke de Natuur mij opgeeft als de wet van mijnen Schepper, die het onderfcheid daarftelt tusfchen zedenlijk goed en kwaad. En welke zijn die hoofdbedoelingen van God? In de eerfte plaats, de verheerlijking van zijn' eigen

naam,

(*) Zoo dacht ook Grotius, de J. B. et P, Pnlegom. % II. Et haec quidem, quae jam diximus &c.

(t; Bi. 109.

Sluiten