is toegevoegd aan uw favorieten.

Magazyn voor de critische wijsgeerte, en de geschiedenis van dezelve.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rhymls Feith 107.

vinding lijnregt tegengefproken, hijpothefe, dat de practifche rede, naamlijk, in het hart van alle menfchen duidelijk fpreekt , en hen met eenen caiegorifchen imperatief hunne pligten beveelt, ftaande te kunnen houden , zijne toe» vlugt tot de hefchaafdheid niet had moeten nemen,, en aan dezelve, hier d.wr, eene waarde en (een) vermogen had bij gedroomd, die zij, op haar zehe befchouwd, hij geen volk, in geen land, immer gehad heeft ? Hoe kondet Gij anders, uw geheele gefchrift door, tegen Kant, en zijne wijsgeerte, telkens (*), op eene zóó vinnige , en zóó geheel onwaardige wijze, uitvaaren, dat men, om uw karakter, wegens het havenen van een' zoo groot Man, bij zig zeiven eenigzins te vetöntfchuldigen, zig nu genoodzaakt ziet, om aan ü in weerwil uwer andere kundigheden, de dieplle onkunde toetefchriiven , omtrend het gevoelen des Wijsgeers, 't welk Gij beftrijden wilt en befchimpen ?

Ja, Heer Feith! hoe veel moderne letterkennis Gij bezitten moogt; zijt Gij nogtans in de critifche wijsgeerte diep onkundig. Zelfs hebt Gij' de fchriften van Kant, immers zijne

(*) In de aanteekening op bl. 90, en bl. 104, 124, 125, 126, en aldaar in de aanteekening, bl. 155» it,9, 200, en elders.