is toegevoegd aan uw favorieten.

Magazyn voor de critische wijsgeerte, en de geschiedenis van dezelve.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

's Menfchen aanleg tot gehoven. 233

P. Het gene in de waarneming van u

zeiven en van uw' eigen toeftand, niet ligt,

kun: gij dat wel, op eenigerleie wijze, waarnemen?

G. Neen, Parmemdes! daar toe heb ik geen orgaan.

P, Maar wat is 't dan eigenlijk, dat gij waarneemt, Glauco! als gij iecs ziet, hoort, of voelt? Zijn hec voorwerpen, buiten u, of zijn het bepalingen van uwen toeftand?

G. Gij valt, dunkt mij, in herhaling. Ik heb u de vraag reeds beandwoord.

P. Laat u die herhaling niet verveelen, mijn Waarde! Gij moec deze zaak diep mee mij inzien. Anders, vreeze ik, moge gij naderhand , wederom, te ruirge fpringen. Kunc gij, vrage ik, zeggen: ik ben mij van iets, buiten mij zeiven, bewust; of ik neme eenig voorwerp, buiten mij , waar ?

G. Eigenlijk gefproken, neen. Wanneer ik zie, hoore, of voele, zijn hec alleen de bepalingen van mij zeiven, waar van ik mij bewusc ben; en verder kan ik niet komen.

P. Nu, Glauco! vergeet dan nimmer,

dat